Gewapend met regenkleding en verrekijkers gaan jongeren de Kennemerduinen in voor een velddag van de cursus ‘Soorten herkennen en beschermen’. IVN en SoortenNL bundelen de krachten om jongeren wegwijs te maken in de natuur. Welke planten en dieren zullen ze vandaag spotten?

Een orkest van regendruppels speelt een ritme op regenjassen, paraplu’s en capuchons. In de verte torenen dennenbomen trots boven het duinlandschap uit. De Kennemerduinen, ten westen van Haarlem, vormen het decor van deze velddag. Het is de eerste keer dat de deelnemers aan de ‘Kennisspecial: soorten herkennen en beschermen’ samenkomen. Dit gratis cursusprogramma voor iedereen tussen de 16 en 30 jaar oud wordt jaarlijks georganiseerd door IVN en SoortenNL. In tien online lessen en twee velddagen leren de trainees welke plant- en diersoorten in Nederland voorkomen, waar ze te vinden
zijn en hoe je ze beschermt. Eén diersoort laat zich op deze druilerige zaterdag in groten getale spotten: de mens. Zo’n negentig stuks. Hun kenmerk? Nieuwsgierigheid. Deze jongeren zijn vanuit het hele land hiernaartoe gekomen om zich in het kustleven te verdiepen. Daarbij krijgen ze hulp van soortenexperts, zoals de vier vogelgidsen die nu voor hen staan. Vogelexpert Ton Lansdaal – grote glimlach van onder zijn witte pet met de opdruk ‘Netwerk Ecologische Monitoring’ – dirigeert een deel van de groep het duingebied in. Een sliert van gekleurde regenoutfits volgt hem over glooiende zand- en schelpenpaadjes. Onderweg worden bermen en bosjes minutieus afgespeurd.

Daar loopt Jezus

Vogelgids Ton stopt bij een meer. ‘Waarom heet dit het Vogelmeer?’ Hij wijst naar het water. ‘Daar drijft een kuifeend. Daar loopt Jezus’ – gelach in de groep – ‘de meerkoet is de enige vogel die over water kan lopen. We hebben daar een zwaan en daar de grauwe gans met pulletjes.’ Het Vogelmeer werd in de jaren vijftig gegraven en trok veel vogels en daarmee vogelaars. Zo ontstond aan deze oevers Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, waarvan Ton lid is. ‘Vogelaars zien hier altijd bijzondere soorten: de vogeltrek komt hier langs. Het is een aantrekkelijk gebied voor vogels die vanaf de Noordzee komen. Even landen, wat eten en weer door.’

Ook onze stoet trekt door: richting de drijvende vogelkijkhut. Alle voetstappen klinken hol op de houten planken pal boven het water. Verrekijkers worden uit hoesjes getrokken en de jongeren verspreiden zich over de kijkgaten. Zo ook Noor (26) die door haar verrekijker de ganzen en kuifeenden volgt. Later op het kronkelige duinpad vertelt ze: ‘De grote vogeldiversiteit in Nederland is wel een ding hoor. Dat ontdekte ik toen ik mijn huidige studie Diermanagement begon. Mijn plan was om naar Australië gaan, maar de vogels houden me hier.’ Tijdens het lopen stopt Ton abrupt. Hij tuurt in de lucht en volgt een vogel die met korte snelle vleugelslagen over ons heen vliegt. ‘De gierzwaluw, die is net weer terug van vakantie. Dat zijn van die kalendermomenten. Je zou het niet zeggen met deze regen, maar een gierzwaluw betekent dat de lente is begonnen.’

Thermometer van de natuur

Op een volgend meer dobbert een stel tevreden meerkoeten. Ton: ‘Achter ons ligt het Spartelmeer. Met de vogelwerkgroep doen we aan monitoring: het
tellen van soorten. Ieder jaar op dezelfde dag in hetzelfde gebied. Zo kunnen we bijhouden hoe het met de vogelstand gaat. Hier drijven soms wel driehonderd meerkoeten, een chaos natuurlijk. Dan maak ik een foto en ga ik thuis tellen. Ook het ringen van vogels geeft ons informatie. Achter die dennenbomen zit het ringstation, helaas is de ringer ziek en kunnen we er nu niet in.’

‘De vogelstand in z’n algemeenheid is een mooie thermometer van hoe het gaat met de natuur’, vertelt Sander Turnhout, strategisch adviseur bij SoortenNL en een van de begeleiders die vandaag de roedel in goede banen leidt. ‘SoortenNL is een netwerk van organisaties die data van Nederlandse plant- en diersoorten organiseren. We zien een achteruitgang van 80 procent van heel veel soortgroepen. Schokkend. Die kloppende data zijn een groot goed. Maar we moeten mensen niet alleen in het hoofd, maar ook in het hart bereiken. Daarom gaan wij lekker met deze jongeren op stap.’ Veel van de jongeren zijn al in het hart geraakt door de natuur. Zoals Linde (29): ‘Tijdens mijn burnout liep ik ontzettend veel in de natuur. Hoe meer ik erover leer, hoe meer ik de waarde inzie en me ervoor wil inzetten. Deze cursus helpt mij ontdekken wat écht belangrijk is.’

‘Dat jongeren graag iets voor de natuur willen doen, maar niet goed weten hoe, horen we vaak’, vertelt Joris Buis, projectleider jongeren bij IVN, later aan
de telefoon. ‘Onderzoek laat zien dat jongvolwassenen tijdens hun studie op zoek gaan naar natuur en natuurervaringen. Meer dan in hun puberjaren
daarvoor. Voor die groep bieden we natuurprogramma’s met JongIVN, de jongerentak van IVN. Zoals WoesteLand, dat zijn werkvakanties in de natuur, en
Nature Bits: natuurervaringen van een dag of weekend. Het derde landelijke programma dat we organiseren is het Groen Traineeship, daar is de Kennisspecial een onderdeel van. 75 procent van de trainees zegt naderhand beter te weten hoe ze zichzelf kunnen inzetten voor een groene en betere wereld.’

Inkoppertje

Terug naar de Kennemerduinen. Waar een vogel zich luidkeels aandient. De groep luistert aandachtig. Een inkoppertje, deze vogel roept zijn eigen naam!
Tjiftjaf tjiftjaf. Ton: ‘Maar als de tjiftjaf en fitis stil zijn, zie ze dan maar eens uit elkaar te houden. Het zijn allebei kleine bruine vogeltjes.’ Toch is er een manier, aldus Ton. ‘Je kunt een vogeltje ook herkennen aan de context waarin het zich bevindt. In de wintermaanden is het altijd de tjiftjaf die je hier ziet. Fitissen komen uit Afrika en blijven alleen gedurende de zomermaanden. Verder heeft iedere vogel zijn eigen biotoop. Hoger in de struiken zit de blauwborst. Bij riet kun je het baardmannetje tegenkomen. De groene specht zit vaak op de grond, die eet mieren. Maar je herkent ’m ook wel aan z’n zang. Als je denkt: ik word uitgelachen, ik sta hier met een verrekijker in de regen, dan is het niet je buurman, maar waarschijnlijk de groene specht. Wees gewaarschuwd.’

De vogelexcursie eindigt bij Parnassia – een strandtent vernoemd naar de plantensoort met witte bloempjes die hier veel voorkomt. De groep neemt afscheid van vogelgids Ton. Na een korte plasstop dalen we af naar het strand om te gaan strandjutten. Sander en de andere begeleiders delen zoekkaarten uit met daarop foto’s van verschillende zeeschelpen en aanspoelsels, met nummers, kenmerken en namen erbij. Gebogen over de zoekkaarten waaiert de groep uit over het strand. De zee rolt in kleine golfjes kalm het strand op. Verschillende zand- en schelpenbanken zijn een all-you-can-jut-buffet voor de strandjutters. Hier en daar ontstaan kleine discussies rond een handpalm met daarop een aanspoelsel. ‘Gewone oester? Nummer 25.’ ‘Qua structuur lijkt ’ie meer op de Japanse oester, nummer 26. Iets pokdaliger.’ In een ander groepje: ‘Nummer 27, strandgaper. Achteraan spits, zie je?’ ‘Hij is wel wat bruiner, is het niet de otterschelp, nummer 29?’ ‘Hebben we al bingo?’

Dood visje

Plots komt Linde (29) met een gestreept visje uit zee gelopen. Gelijk staat er een groepje omheen. ‘Misschien komen we erachter met die app (ObsIdentify, red.) van jou’, oppert Linde. Welmoed (25) richt haar telefoon op het dode visje op het zand. Zes paar ogen kijken haar verwachtingsvol aan. Dan luidt het oordeel: ‘Sprinkhaan’. Iedereen lacht en loopt door. Geen tijd (en aanspoelsel) te verliezen. Een duo staat over een paar scheermessen gebogen. ‘De meeste zijn de Amerikaanse zwaardschede. Maar dit lijkt een tafelmesheft. Hij is langer en rechter’, zegt Sanne (29), met twee groene tuinhandschoenen aan.

‘Als pedagoog doe ik veel aan natuurbeleving met kinderen. Mijn soortenkennis kan ik doorgeven aan de kinderen.’ Naast haar staat Joeri (26), die zich voor zijn werk als aardwetenschapper bezighoudt met grotere aardwetenschappelijke systemen. Inzoomen op soorten vindt hij heel interessant. Maar vooral leuk: ‘Ik heb een hele gezellige dag!’ Met jas- en broekzakken vol zeewaar nadert de groep Bloemendaal aan Zee, vanwaar de verse soortenkenners zich weer zullen verspreiden over het hele land.

Deze reportage is gepubliceerd in het Mens & Natuur magazine.
Tekst: Jasmine Groenendijk
Beeld: Anne Kaere Fotografie